Interviews

int69-v-act020.jpg int69-vact021.jpg Janvier 1969: Interview avec Yann Fouéré et Mériadec de Gouyon-Matignon dans la revue ‘Valeurs Actuelles’

yf-sur-le-flb.gifyf-sur-le-flbsuite.gifyf-sur-le-flbsuite2.gif 1976: Points de vue de Yann Fouéré, un des fondateurs du Mouvement pour l’Organisation de la Bretagne, sur le F.L.B.

interview-ybdub-of-yf-in-evran88.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-bis.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-bis1.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-bis2.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-bis3.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-part2.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-part2-bis.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-part2-bis1.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-part2-bis2.gifinterview-ybdub-of-yf-in-evran88-part3.gif Novembre 1988: Interview en trois parties de Yann Fouéré par Yann Bouessel du Bourg à Evran, paru dans le revue ‘Gwenn-ha-Du’ en Avril-Mai, Juin-Juillet et Août-Septembre de 1991.

1996: Entrevue inédite avec Yann Fouéré, intitulé ‘ICI ou AILLEURS’, fait par Christian Quérré.


interview-yf-dans-le-nouvel-observateur-dec-2000.gif 13 Décembre 2000: Interview avec Yann Fouéré pour ‘Le Nouvel Observateur’ – Special Bretagne’. Avertissement: Cet interview a été réalisé par deux journalistes du journal d’informations français de gauche : « Le nouvel Observateur » en 2000. Il est paru dans le cadre d’un dossier sur les Nationalistes Bretons pendant la seconde guerre mondiale.
Les questions posées à Yann Fouéré et l’interprétation qui en est faite sont volontairement orientées.
Les journalistes (sic!) Clarisse Chassigneux et Boris Thiolay (respectivement aujourd’hui à « ELLE » et « Libération ») manquent totalement d’objectivité.
Par soucis d’honnêteté et de transparence, et par respect de la ligne éditoriale de ce site, nous avons décidé de soumettre cet article aux lecteurs.
Le dossier complet est consultable sur demande et à pour titre « Dossier spécial Bretagne-Sur un passé qui ne passe pas.. » (7-13 décembre 2000, supplément au Nouvel Observateur).

 

Juillet-aout-septembre 2001:- Interview avec Yann Fouéré pour le no. 10 de la revue ‘Utlagi’.

————————————————————————————————————————————-

Oct.2008:  Agencebretagnepresse.com –

Interview avec Yann Fouéré.

Pour la version en Francais, avec à la fin de l’article possibilité de traduction en Anglais et en Allemand, en cliquant sur les drapeaux, consulter le lien:-

http://www.abp.bzh/fetch.php?id=12764

Ci-dessous la traduction en Breton, faite par Yann Duchet.

suite:-

Yann Fouéré: Ret eo kredin, ret eo kaout fizians e dazont Breizh, ha chom dalc’hm at hep koll kalon, chom morse hep labourat evit ma gavfe Breizh muioc’h a frankiz eget n’he deus hi hizio an deiz.

La traduction en Neerlandais faite par Willy Cobbaut, secrétaire de l’Association des Ecrivains Flamands (VVNA):-

Yann Fouéré : een interview door ABP-correspondent Philippe Argouach

Saint-Brieuc/Sant Brieg 3/11/08

In de geschiedenis van de Bretoense beweging is Yann Fouéré een van de markantste figuren; zijn acties en zijn overwegingen hebben de XXste eeuw het sterkst en het duurzaamst beïnvloed. Vanaf het interbellum tot de jaren 90 stond hij in de eerste gelederen in de strijd om Bretagne vrij te vechten van het juk van het Franse centralisme. Zijn in 1968 verschenen boek “L’Europe aux cent drapeaux” blijft gelden als een werk dat een grote rol heeft gespeeld voor het toekomstige Europa en voor het federalisme. Het werd verscheidene keren heruitgegeven, en het werd vertaald in het Engels en het Spaans.

Yann Fouéré werd geboren op 26 juli 1910 te Aignan in het departement Gers. Zijn vader was ambtenaar en was afkomstig uit de streek van Dinan; zijn moeder stamde uit Trégor. In 1933 wordt hij voorzitter van de Vereniging van Bretoense Studenten in Parijs (1933-1937), en vervolgens stichtend voorzitter van Ar Brezoneg er Skol (1934-1945). Reeds in 1934 traden 346 Bretoense gemeenten en drie van de vijf Bretoense departementen toe tot de door Yann Fouéré met Ar Brezoneg er Skol vooropgestelde doelstelling, namelijk dat in de scholen het Bretoens zou worden onderwezen. In de vooroorlogse periode heeft hij de leiding van het Bulletin van de nationale minderheden in Frankrijk, dat later de naam kreeg van “Peuples et Frontières”. Daarin staan de eisen geformuleerd van de Bretoense autonomisten en van de voornaamste Europese nationale minderheden. Zoals [[Morvan Lebesque]], en dank zij zijn diploma’s Rechten, Letteren en Politieke Wetenschappen, werkt hij een tijdlang op het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Die situatie neemt hij te baat om mee te helpen aan de uittocht naar Frankrijk van de Baskische nationalisten die in Spanje door de Franquisten vervolgd werden, en onder wie zich ook de President van het Baskenland bevond : [[José Antonio Aguirre]].

Hij werd in 1940 ad interim benoemd tot onderprefect van Morlaix, en bleef meer dan een maand die functie bekleden. Dan sticht hij de krant La Bretagne en wordt hij daar directeur. Vervolgens is hij politiek directeur van La Dépêche de Brest (april 1942-45). Hij wordt lid en secretaris-generaal van het Comité Consultatif de Bretagne (CCB) bij de regioprefect(1942-44). Tevens is hij van 1939 tot 1944 ondervoorzitter van de [[Union régionaliste bretonne]].

Bij de bevrijding wordt Yann Fouéré op 10 augustus 1944 aangehouden, maar hij komt na een jaar terug vrij. Frankrijk maakt van de hysterische sfeer die ten tijde van de bevrijding heerst, gebruik om zich eveneens te ontdoen van autonomisten die nochtans niet gecollaboreerd hadden met de Duitse bezetter. Sommigen onder hen gingen inderdaad niet vrijuit, maar anderen hadden zich helemaal niet aan collaboratie schuldig gemaakt. Yann Fouéré beslist dus naar Wales uit te wijken, waar hij wordt verwelkomd door [[Gwynfor Evans]] en nog andere Welse nationalisten. Bij verstek wordt hij op 28 maart 1946 onterecht veroordeeld wegens collaboratie.

Ook tijdens zijn ballingschap blijft Fouéré ijveren voor de vrijheid van staatloze volkeren. In 1949 richt hij de Federalistische Unie van Europese ethnische gemeenschappen http://www.fuen.org: pages/france/f_1_2002.html op. Van Wales gaat hij naar Ierland, verblijft een tijdlang in Dublin en vestigt zich dan in Connemara waar hij een bedrijf overneemt dat langoest en kreeft uitvoert. Later neemt een van zijn zonen dat bedrijf over. Over die periode als bedrijfsleider in ballingschap schrijft hij het boek “La maison du Connémara”.

In 1954 keert hij terug naar Frankrijk, gaat in beroep tegen zijn veroordeling en wordt in 1955 vrijgesproken. Hij wordt een van de bezielers en financiers van de in 1957 opgerichte MOB [[Mouvement pour l’organisation de la Bretagne]], samen met Ronan Goarant en [[Yann Poupinot]] van de krant L’Avenir de la Bretagne. In 1961 is hij medestichter van de Celtic League (Keltische Liga), waarin de verschillende nationalistische partijen van de Keltische regio’s vertegenwoordigd zijn.

In de jaren 70 is hij de bezieler van de partij Strollad ar Vro, en in 1975 wordt hij aangehouden in verband met de aanslagen van het FLB-ARB. In december 1976 komt hij vrij. Over die periode van gevangenschap schrijft hij het boek “En prison pour le FLB”. Van 1982 tot 2005 is hij actief in de POBL (Partij voor de Organisatie van een vrij Bretagne) en zet hij zich in voor zijn krant L’Avenir de la Bretagne.

Onlangs zette hij de Stichting Yann Fouéré http://www.fondationyannfouéré.org op de sporen. Zijn laatste boek “Des mots pour l’avenir de la Bretagne” is dit jaar (2008) verschenen. Het was zijn stichting die voor de publicatie ervan zorgde. Ondanks zijn gevorderde leeftijd heeft Yann Fouéré willen antwoorden op een aantal vragen. Zijn dochter Rozenn was zo vriendelijk de opmaak ervan te verzorgen.

  1. 1) [ABP] Dank u wel dat u in dit interviewgesprek hebt toegestemd. Met uw leeftijd van 98 jaar bent u de nestor van de Bretoense beweging. Welke waren uw voornaamste successen, en wat betreurt u ?

[Yann Fouéré] Mijn voornaamste successen zijn ongetwijfeld de oprichting van de MOB, van het “Comité consultatif de Bretagne” evenals mijn initiatief “Ar Brezoneg er Skol” … Ik heb me onverdroten ingezet voor Bretagne. Men moet het beste weten te halen uit een toestand zoals hij zich aanbiedt. Telkens weer heb ik geprobeerd – wars van alle gesteggel – Bretagne er te doen op vooruit gaan. Zo verzamelde ik in 1930 – toen was dat nog totaal nieuw – handtekeningen van gemeenten om te eisen dat in de scholen het Bretoens zou worden onderwezen. Ondanks de mobilisering van militanten duurde het toch nog lang vooraleer een klein deel van de jonge Bretoenen eindelijk Bretoense les kregen. Tijdens de Duitse bezetting heeft het “Comité consultatif de Bretagne” getracht die zaak opnieuw aan de orde te brengen. Maar te allen tijde blijft het Franse jacobinisme zich halsstarrig verzetten tegen alles wat de Bretoense zaak ten goede kan komen. Op het einde van de jaren 50 is het dank zij de MOB gelukt de Bretoense beweging na de oorlog weer op gang te brengen. Gestuurd door het CELIB (« Comité d’Etude et de Liaisons des Intérêts Bretons ») heeft de MOB tijdens haar kort bestaan maar dank zij haar duizenden militanten, aan de Bretoenen de gelegenheid geboden om hun stem tot in Parijs te doen weerklinken.

  1. 2) [ABP] Uw Stichting heeft zopas een nieuwe bundeling van uw teksten en een biografie uitgegeven. Gaat het om een soort politiek testament ?

[Yann Fouéré] Mijn politiek testament staat vervat in mijn boeken en mijn artikels, en blijkt uit mijn acties. Toch kan men zeggen dat het essentiële uit mijn over een kwarteeuw gespreide editoriale artikels samengevat staat in mijn laatste boek “Des mots pour l’Avenir de la Bretagne”, een synthese van de ideeën die ik altijd heb voorgestaan : verdediging van de Bretoense integriteit; versteviging van de macht der regio’s; Europese betrokkenheid om te komen tot een Europa der volkeren, het Europa met honderd vlaggen !

  1. 3) [ABP] Welke is de doelstelling van de Stichting Yann Fouéré ?

[Yann Fouéré] De doelstellingen van de Stichting staan vermeld op de homepage van de site van de Stichting, http://fondationyannfouere.org . De Stichting Yann Fouéré werd, los van elke politieke strekking, opgericht met het doel dat diverse archiefstukken, boeken, publicaties, verzamelingen en documenten in verband met de geschiedenis van Bretagne bewaard zouden blijven, en ook om ervoor te zorgen dat onderzoekers en historici toegang zouden krijgen tot dat fonds. De Stichting wil zodoende een antwoord bieden op de zoveelste behoefte, namelijk een plaats voor de bewaring van het archief van de Bretoense beweging. Misschien komt het dan toch ooit zover …

  1. 4) [ABP] Uw boek “Het Europa met honderd vlaggen” dat in veel talen werd vertaald, is uw voornaamste werk. Het is nog steeds actueel. Wij lijken op weg naar een onafhankelijkheid van Schotland, Catalonië, Baskenland, ja zelfs van Wales. Het lijkt alleen nog een kwestie van enkele jaren te zijn. U krijgt dus gelijk over wat u 50 jaar geleden al voorspelde. Sommigen beschouwen u daarom als een ziener. Maar jammer genoeg wordt het gezegde “Niemand is profeet in eigen land” ook in uw geval bewaarheid. Moeten de Bretoenen voorstander zijn van een Europa waarin de instellingen zo ondemocratisch zijn en zo weinig representatief voor de kleinere Staten en voor de statenloze volkeren ?

[Yann Fouéré] Jazeker, want zij zijn er hoe dan ook beter aan toe met eender welk Europa dat toch een realiteit is, dan met een bestuur dat de macht in Partijs centraliseert en dat regionale realiteiten negeert. Trouwens, dat schijnen de Bretoenen goed begrepen te hebben zoals blijkt uit het feit dat zij bij het referendum over de Europese Unie gestemd hebben ten voordele van meer Europa. Laten wij ook niet uit het oog verliezen dat de Bretoense bewegingen praktisch altijd voorstanders zijn geweest van de opbouw van Europa. Ik denk hier bijvoorbeeld terug aan die Bretoense eenheidslijst bij de regionale verkiezingen van 1992 : “Het Bretoense volk, een Europees volk”. Maar klaarblijkelijk halen wij vaak te vroeg gelijk …

  1. 5) [ABP] Dat u tijdens de oorlog directeur geweest bent van een op autonomie aansturende Bretoense krant betekent nog niet dat u een Duitsgezind agent was. Toch hebben sommige van uw tegenstanders u als dusdanig bestempeld. U werd het slachtoffer van vervolgingen. Ten onrechte, als men de feiten bekijkt, want de beschuldigingen van collaboratie zijn ongegrond daar die bewuste lijst van Duitsgezinde agenten waarin uw naam vermeld staat, een vervalste lijst is gebleken, een lijst die valselijk werd samengesteld om – de verwarring die heerste bij de bevrijding te baat nemend – sommige leiders van de Bretoense beweging in diskrediet te brengen. Zou u, als u nog over de nodige energie beschikte, tegen die lijst nu klacht indienen wegens laster ? Die lijst komt immers opnieuw ter sprake bij de heruitgave van het boek van Henri Fréville “Geheime archiefstukken over Bretagne 1940-1944”. U hebt toch zelf over die periode een boek geschreven om de waarheid aan het licht te brengen ?

[Yann Fouéré] Dat boek van Fréville is een aaneenschakeling van leugens, en is het niet waard dat men er veel woorden aan verspilt. Er zullen altijd mensen bestaan die hoe dan ook alle middelen zullen aanwenden om de Bretoense beweging klein te krijgen. Mijn boek “La Bretagne écartelée” handelt over die periode. En “L’Histoire du quotidien La Bretagne et les silences d’Henri Fréville” werd geschreven om de waarheid te verdedigen na het verschijnen van het boek van Henri Fréville “La Presse Bretonne dans la tourmente 1940-1946”. U alludeert waarschijnlijk op de recente – herwerkte! – heruitgave van het boek van Fréville. Het deel dat eraan werd toegevoegd is niets anders dan het herpubliceren van betwiste en allang als onecht erkende documenten. Bovendien is dat toegevoegde deel niet ondertekend, hoewel natuurlijk iedereen wel weet wie de oneerlijke en gestoorde auteur ervan is. De uitgever “Editions Ouest-France”, waarover die auteur zich nochtans denigrerend uitlaat, heeft zijn eigen imago geschaad door dat spelletje mee te spelen … Laten wij immers niet uit het oog verliezen dat er verschillende ernstige universitaire onderzoekingen zijn geweest die klaarheid hebben gebracht in die kwestie. Denken wij maar aan het Colloquium van 2001 te Brest waarin het thema “Bretagne en regionale identiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog” werd besproken, maar dan op een veel constructievere wijze.

  1. 6) [ABP] Is het feit dat de Vichyregering u in 1940 ontslagen heeft uit uw functie van onderprefect geen bewijs dat u gekant was tegen die met de Duitsers meeheulende marionettenregering ?

[Yann Fouéré] Het was slechts ad interim dat ik in de herfst 1940 onderprefect was (cf. p. 198 in de eerste uitgave van “La Patrie interdite”), in afwachting dat de voorziene vervanger zijn functie zou opnemen. Ik speelde helemaal niet in de kaart van de Duitsers. Het ging om een voorlopige functie die ik slechts van oktober tot november 1940 heb bekleed, dus gedurende minder dan twee maanden. Bij mijn terugkeer op het Ministerie van Binnenlandse Zaken te Parijs heb ik aangevraagd in disponibiliteit te worden geplaatst om mij zodoende te kunnen wijden aan de krant La Bretagne. Eigenlijk waren mijn keuzes klaar en duidelijk. Die functie bood mij de mogelijkheid om financieel rond te komen in afwachting dat ik mijn tijd en energie zou besteden aan de lancering van een dagblad gewijd aan de verdediging van de Bretoense belangen om zodoende eventueel druk uit te oefenen op de Franse overheid in verband met de kwestie van de regio’s.

  1. 7) [ABP] Men kan u dus alleen verwijten dat u in uw krant mededelingen van de Duitse bezetter hebt laten verschijnen; maar is het niet zo dat tijdens de oorlog alle kranten daartoe genoopt werden ?

[Yann Fouéré] Jawel, precies. Bovendien is er een periode geweest waarin “La Bretagne” de enige krant was die mededelingen van de Geallieerden liet verschijnen, tot wanneer de Duitse censuur dat formeel verbood. Ernstige en eerlijke historici beamen dat “La Bretagne” zich zeker niet hoeft te schamen als er vergeleken wordt met haar concurrenten van destijds …

  1. 8) [ABP] Spijt het u niet dat u er in 1940 geen punt hebt achter gezet en niet naar Londen bent vertrokken ?

[Yann Fouéré] Helemaal niet, men moet nooit opgeven. Het was noodzakelijk ter plaatse te blijven om te zien wat er gedaan kon worden, ongeacht eigen overtuiging of partij.

  1. 9) [ABP] Als Sarkozy tijdens zijn verkiezingscampagne straffeloos over het Cross dat hij moest gaan bezoeken, kon zeggen : “Wat kunnen mij de Bretoenen schelen ? Zie je mij daar al staan tussen tien stommeriken die een kaart aan het bekijken zijn ?!”, waar is dan het eergevoel van Bretagne gebleven ?

[Yann Fouéré] De Bretoenen hebben wel een eergevoel, wat trouwens blijkt uit de leuze van ons land “Plutôt la mort que la souillure” (Liever dood dan onteerd). Na zolang misprezen te zijn geweest, zullen de Bretoenen op den duur wel inzien dat er een andere weg voor hen open ligt !

  1. 10)[ABP] Uw leven lang hebt u gestreden voor Bretagne. Denkt u, in deze laatste jaren van uw leven, dat de situatie erop is vooruitgegaan ? Is er hoop op een heropflakkering van het nationaal gevoel in Bretagne, of zijn het Ministerie van Onderwijs en de media, met hun acties die in de tweede helft van de XXste eeuw van langsom heviger zijn geworden, erin geslaagd om ons de genadeslag toe te brengen als mogelijke Europese natie ?

[Yann Fouéré] Er is ongetwijfeld verbetering. Wij moeten erin blijven geloven. Wij mogen nooit wanhopen. Nu krijgen streektalen en streekculturen meer erkenning, en is men zich ervan bewust dat zij bijdragen tot de culturele diversiteit van Europa. En een Europa zonder diversiteit bestaat gewoonweg niet.

  1. 11)[ABP] Hoe komt het, denkt u, dat geen enkele Bretoense partij echt succes kent zoals dat wel gebeurt in andere Europese regio’s die hun identiteit wel weten te profileren ? Natuurlijk is de verkiezingswetgeving daar niet vreemd aan. Die wetten zijn immers zodanig geformuleerd dat kleinere partijen niet kunnen doorbreken. Maar waarom zijn wij zo verdeeld ?

[Yann Fouéré] Alle partijen hebben nochtans een pakket doelstellingen die grotendeels gelijklopen, en van tijd tot tijd zijn er gezamenlijke acties en toenaderingsinitiatieven. Om een opinie algemeen ingang te doen vinden en om alle politieke of religieuze tendenzen, alle sociale klassen en alle partijen op één lijn te krijgen is de meest efficiënte methode die van het geschreven en gesproken woord, gepaard gaand met daden. Wat de “electorale doorbraak” betreft moeten wij blijven hopen, en bijvoorbeeld niet uit het oog verliezen dat er weinigen waren die geloofden in een nationale toekomst voor Slovenië of voor Kroatië, en toch waren die landen enkele maanden later onafhankelijk. Waarom zou ook Bretagne ons niet kunnen verrassen ?!

  1. 12)[ABP] Welke boodschap kunt u aan de jeugd meegeven ?

[Yann Fouéré] De jongeren moeten erin geloven, moeten er rotsvast van overtuigd zijn dat er een toekomst is voor Bretagne. Nooit de moed verliezen, blijven ageren voor een Bretagne dat meer vrijheid geniet.

[ABP] Dank u wel.